Bij veel van de gemeenten en bureaus waar ik voor werk, van Rijkswaterstaat tot een provinciale stedenbouwafdeling, ontstaat een plan niet achter één bureau, maar in een reeks sessies met stedenbouwkundigen, planologen, verkeerskundigen en soms bewoners. Een visual die pas na afloop van dat traject wordt gemaakt, komt eigenlijk te laat: hij legt een keuze vast die op dat moment al is gemaakt, in plaats van te helpen die keuze te maken.

Een tekening als gespreksinstrument

Als ik in een ontwerpsessie zit, teken ik mee terwijl er gepraat wordt. Iemand oppert een andere positie voor een gebouw, ik pas de schets ter plekke aan. Er ontstaat discussie over hoeveel groen er nog past naast een fietsroute, ik laat in twee minuten twee varianten naast elkaar zien. Dat werkt sneller dan wachten op een nieuwe versie een week later, en het voorkomt dat een ontwerpteam pas bij de uitwerking ontdekt dat een idee ruimtelijk niet werkt.

Hoe zo'n sessie er in de praktijk uitziet

Meestal begin ik met een paar snelle, ruwe schetsen op basis van de kaart of situatietekening die er al ligt. Daarna volgt het gesprek: wat klopt er wel, wat niet, welk deel van het plangebied vraagt meer aandacht. Ik teken door tijdens die uitwisseling, in plaats van aantekeningen te maken en er later mee aan de slag te gaan. Aan het einde van de sessie ligt er geen definitief beeld, maar wel een gedeeld en getekend beeld van waar het ontwerp op dat moment staat.

Wat dit oplevert voor het ontwerpteam

Het grootste voordeel is tempo: een ontwerpteam hoeft niet te wachten op een externe partij om te zien of een idee visueel werkt. Daarnaast dwingt het tekenen zelf tot scherpte. Een idee dat in woorden overtuigend klinkt, blijkt op papier soms toch niet te kloppen qua schaal of richting, en dat zie je meteen terug in de lijnen.

Waar deze aanpak minder geschikt voor is

Voor een eindproduct dat naar de gemeenteraad of naar bewoners buiten het projectteam gaat, is een losse werksessie-schets meestal niet de juiste vorm. Die schetsen dienen als ontwerpinstrument binnen het team, en worden daarna uitgewerkt tot een preciezere visual die wél geschikt is voor een breder publiek. Het is dus geen vervanging van het eindbeeld, maar een stap ervoor die het eindbeeld beter maakt.